Zelf

"Voor wie komt u?”, vraagt een mevrouw mij gastvrij. Ze reikt mij een waxinekaarsje aan en wijst mij op de vaas met een mix aan bloemen. "Neem maar eentje mee naar binnen”. Ik sta even perplex.

Over 5 minuten begint een herdenkingsbijeenkomst van een uitvaartonderneming: alle mensen voor wie afgelopen jaar een uitvaart  is verzorgd, hebben een uitnodiging gekregen. Als uitvaartspreker heb ik op een paar van die uitvaarten gesproken en was ook uitgenodigd om het een keer mee te maken.

Ik staar nog naar het kaarsje in mijn hand als de volgende vraag mij velt: "Welke naam mag ik straks noemen?”. Hij staat met de pen klaar om te noteren. Van binnen word ik in één klap van toeschouwer tot deelnemer. Plots gebeurt het, de rollen zijn omgedraaid.  Ik maak het zelf mee, ben zelf nabestaande. In plaats van dat ik de vragen stel, de regie heb, word ik nu zelf bevraagd. In een mini-seconde besluit ik dit nu een keer aan mij te laten gebeuren. Ik noem de naam van mijn vader, Klaas († 2008, 71 jaar). "Achternaam?”. Opeens bedenk ik mij en voeg er nog de naam van mijn moeder eraan toe († 1987, 49 jaar). "Klaas en Gré Berghuis”. Even later zit ik in de herdenkingsbijeenkomst, een roos en een gerbera in de hand. Ik draai er wat mee in mijn hand. Er worden zo’n 25 namen genoemd. Ik kwam als laatste binnen. Dan hoor ik, als laatste genoemd, "Klaas en Gré Berghuis”. Ik sta op, loop naar de kleurige bloemencilinder en plaats de mijne erin.

Ik mis ze. Opeens. Weer. Rouw is nooit helemaal weg. Het mag er zijn. Zo kan ik verder.

Naar het overzicht